De straat als vaste woon- en verblijfplaats

‘Mevrouw, u had een hoeveelheid alcohol gelijk aan twaalf bier in uw bloed.’  De rechter keek haar geduldig aan, terwijl ze vol vuur verkondigde dat dit echt niet kon kloppen.

Het was mijn vijfde strafzaak die dag, en een ding was zeker: alcohol was een terugkerend thema in de Bossche rechtbank.

Om de rechtspraktijk beter te leren kennen, bracht ik een dag door in het Paleis van Justitie. Aandachtig sloeg ik de bonte stoet verdachten gade: geldboetes, rijontzeggingen en taakstraffen trokken in rap tempo voorbij.

Wat me opviel was de aanpak van de meeste rechters. ‘Als u mag kiezen, heeft u dan liever een geldboete of een taakstraf?’ Die vraag hoorde ik die dag meerdere keren. Het kwam op me over als een manier om ruimte te laten voor maatwerk: niet alleen straffen, maar ook kijken wat iemand verder helpt.

Ik zag volle rugzakken, wanhoop en mensen bij wie het perspectief ergens onderweg uit beeld was geraakt. Zeker bij de man op plastic slippers, die terugliep naar de straat, inmiddels zijn vaste woon- en verblijfplaats.

Telkens wanneer de verdachten de rechtszaal verlieten, sloeg ik mijn ogen neer. Natuurlijk is de transparantie van onze rechtsstaat nodig en goed. Toch voelde het ongemakkelijk om op zo’n kwetsbaar moment zo nadrukkelijk getuige te zijn van andermans ellende.

Voor de lunch liep ik naar La Cour, een straat verderop. Daar tref ik ongetwijfeld rechters en advocaten, zo bedacht ik me. Ik hoorde gesprekken over werkdruk, grote strafzaken, zittingsroosters en het sfeerverschil tussen rechtbanken. Ik dronk mijn latte, at mijn broodje en keek naar de mensen op straat.

Geen man op slippers te zien.
Waar zou hij de nacht doorbrengen?